Mario Sarrechia

Muziektheorie

Tot zijn negende verjaardag bleef de klep van de piano, die al die jaren gewoon in de huiskamer stond als een soort extra kast voor foto’s en bloemen, dicht. Het was zijn opa, een groot Mozartfan, die de uit België afkomstige Mario Sarrechia (1988) voor het eerst in aanraking bracht met klassieke muziek. Opa had het ritueel om minstens twee maal per jaar de film Amadeus te bekijken. Na één van die filmmiddagen zette hij voor zijn kleinzoon een lp met het Concerto voor harp en fluit van Mozart op. Niet lang daarna vroeg hij, aangeraakt door de klanken van Mozart, zijn moeder of hij op pianoles mocht. Iets zeer ongebruikelijks in deze familie, waar niemand een instrument bespeelde.

 

Via de muziekschool belandde Mario op de Kunsthumaniora, een typisch Belgische middelbare school met de focus op de kunsten en de muziek. Toen hij dertien was, wilde hij zijn opa een plezier doen en kocht voor twaalf gulden vijftig bij het Kruidvat de box met het complete verzamelde werk van Bach. Opa vond dat een mooi gebaar, maar had zijn hart al verpand aan Mozart. Voor Mario daarentegen ging er door het luisteren naar Bach een volledig nieuwe wereld open. Vooral de fuga’s voor klavecimbel maakten grote indruk! Die speciale Kruidvat-aanbieding, waarvan hij de cd’s grijsdraaide, wees hem erop dat hij naar het conservatorium wilde om klavecimbel te studeren.

 

Mario: ‘Door Bach werd ik echt gegrepen door de wereld van de barokmuziek. Deze oude muziek hangt aan de ene kant aan elkaar van mathematiek. Er zijn allerlei regels, die in die oude tijden ook doorwerkten in bijpassende kostuums, kapsels en dansjes. Daardoor kan deze muziek voor een buitenstaander in eerste instantie soms ‘zwaar’ overkomen. Echter binnen de gegeven kaders is ongelooflijk veel ruimte voor creativiteit en expressie. De oude barokcomponisten waren zich dat bewust. Ze wisten precies hoe ze vreugde, verdriet, teleurstelling of euforie moesten wakker maken bij het publiek. Daar kun je als hedendaags musicus ontzettend veel van leren.’ Vanaf het eerste jaar aan het Antwerpse conservatorium tot zijn uiteindelijke afstuderen in Amsterdam zaten acht jaren, waarin steeds meer of minder beroemde docenten Mario de weg wezen naar een volgende stap in zijn muzikale ontwikkeling. Mario: ‘In Antwerpen kreeg ik klavecimbelles bij Ewald Demeyere en heb ik een paar vakken in Brussel gevolgd. Daar maakte ik kennis met barokviolist en dirigent Sigiswald Kuijken. Ik ben uiteindelijk door Sigiswald uitgenodigd om mee te spelen met zijn barokorkest La Petite Bande, dat hij indertijd had opgericht met de beroemde klavecinist Gustav Leonhardt. Aan het eind van mijn studietijd ben ik naar Amsterdam gegaan om van één van zijn eerste leerlingen les te hebben: Bob van Asperen.’

Intussen richtte Mario met leeftijdsgenoten zijn eigen barokorkest op, het Amsterdam Corelli Collective, waarmee hij optreedt in binnen- en buitenland.

Over zijn werk op de opleiding Docent muziek, waar hij lesgeeft sinds september 2016, zegt Mario: ‘Een muziekstuk krijgt zoveel meer diepgang als je je enerzijds verdiept in de bedoeling van de componist en je anderzijds inzicht krijgt in de opbouw van de muziek. Het is als het luisteren naar een vreemde taal. Ook al weet je niets van de grammatica, toch kun je zo’n taal, Frans bijvoorbeeld, heel mooi vinden. Echter, je gaat er nóg meer van genieten zodra je leert begrijpen hoe die taal in elkaar zit, hoe het zit met de grammatica. Daarom is het zo belangrijk dat kinderen op scholen kennis krijgen van muziek, de opbouw en de achtergronden ervan. Het kan een enorme verrijking betekenen in een mensenleven als je muziek gaat ‘snappen’. Op veel hedendaagse scholen bestaat een achterstand in het muziekonderwijs. Daarom vind ik het belangrijk en fijn de studenten van de opleiding Docent muziek te onderwijzen, zodat die op hun beurt kinderen kennis en liefde van muziek kunnen bijbrengen.’

 

Op de vraag welk muziekstuk iedere student op zijn minst eens zou moeten beluisteren, antwoordt Mario: ‘In eerste instantie denk ik natuurlijk aan Bach, maar het is bijna een cliché om daarmee aan te komen. Daarom kies is voor Lauda Jerusalem uit de Mariavespers van Claudio Monteverdi (1567-1643). Dit muziekstuk, waarin op een heel ingenieuze wijze oude en nieuwe stijlen met elkaar verweven zijn, zit heel mathematisch in elkaar: alles klopt van het begin tot het eind. Echt een verbazingwekkend huzarenstukje. Desondanks, maar eigenlijk dankzij dat gegeven, is het hele expressieve muziek’.

 

 

 

De website van Mario:

www.mariosarrechia.com

 

Luister naar Mario's muziektip:

‘Een muziekstuk krijgt zoveel meer diepgang als je je enerzijds verdiept in de bedoeling van de componist en je anderzijds inzicht krijgt in de opbouw van de muziek.’

Fenneken Francken

Mario Sarrechia

Jur de Vos

Stijn van Lier

Bob Wijnen

Reyer Ploeg

Diana Todria

Gerard Blok

Huub Jansen

Magali Müller -

Peddinghaus

Heleen van Boeschoten

Marianne van Asperen

Contact

Opleiding Docent muziek

Hogeschool Leiden

Zernikedreef 11
2333 CK  Leiden

 (071) 518 88 00