Marianne van Asperen

Spreekkunst

Marianne (1957) is geboren en getogen in Leeuwarden, Friesland. Thuis spraken ze Nederlands, maar om haar heen hoorde ze het Leeuwardens en het Fries, dat ze ook leerde spreken.

Als kind vielen aparte woorden haar op. Zo vroeg ze eens aan haar moeder: ‘Mama, wat is asem?’ Haar moeder moest erg lachen om die taalvragen van dat kleine meisje.

Al vroeg begon Marianne gedichtjes en kleine verhaaltjes te schrijven.

Door omstandigheden leerde ze eerst een heel ander vak, waarmee ze kok werd in een instelling. Ondertussen droeg ze in poëzie- en literaire clubs en in cafés eigen gedichten voor, waar ze op een gegeven moment een halve baan aan had. Ze kwam overal in Nederland en België. Daar genoot ze erg van.

Toen ze een open dag van de Nederlandse School voor Spraakvorming in Den Haag bezocht, was ze direct verkocht. Het was zo interessant wat ze daar in een korte workshop leerde dat ze ogenblikkelijk wist dat ze zich hiermee bezig wilde houden, ongeacht of ze er haar brood mee kon verdienen. Intussen verkeert Marianne in werkkringen waar ze spraaklessen geeft aan mensen van alle leeftijden. Daarnaast haalt ze veel vreugde uit het mee-creëren van en het spreken bij euritmievoorstellingen.

 

Marianne: ‘Het mooiste van mijn werk als spraakdocent vind ik dat ik de hele dag met poëzie, met taal en klank bezig ben. Ik lees en onderzoek een tekst en maak deze dan hoorbaar door hem uit te spreken. Door het uitspreken proef ik de klanken van de tekst en dat geeft vreugde. Ze voeden mijn gevoel voor taal en schoonheid. Die vreugde wil ik graag aan de studenten overdragen.
Als er mooi gesproken wordt, gaan de oren open. En zodoende is mooi en goed kunnen spreken eigenlijk een basisvereiste voor iedere docent. Als ‘beoefenaar van onze spreekkunst’ heb je op scholen, in kunstprojecten, als verteller of als spreker een voorbeeldfunctie. De stem is te trainen door allerlei verschillende oefeningen voor ademtechniek, medeklinker- en klinkeroefeningen, oefeningen om in de ruimte te spreken, oefeningen voor stemming, dynamiek en presentatie.
In de muziekles zing je teksten. Wanneer je die teksten eens gaat spreken met de klas, dan zoek je wát er precies gezegd wordt in die tekst. Een tekst over liefde of eenzaamheid spreek je heel anders uit dan een tekst in een dans of die van een drinklied.

Wat ik de studenten probeer te leren heeft niets met een kunstje met stemmetjes of toneel te maken. Waar het om gaat, is van binnenuit de beweging van de woorden en spreekklanken aan te leren voelen. Dan de kracht van een woord of een hele zin kunnen inschatten, zodat je kunt jongleren en toveren met woorden en regels en klanken en teksten.
De stem is een kwetsbaar instrument dat beïnvloedbaar is door stemmingen, houdingen, emoties. Daarom vind ik het van belang dat de studenten in een veilige sfeer zich de oefenstof eigen kunnen maken.’
Marianne van Asperen is medeoprichtster van en docent aan de Academie voor Spreekkunst in Den Haag. Daarnaast heeft zij in Hilversum een Atelier voor poëzie en spraakvorming, waar zij les geeft aan kinderen en volwassenen.

Welk gedicht of tekst zou iedere student moeten lezen en leren spreken?

‘Het gedicht Het kind en ik van Martinus Nijhoff. Dit gedicht gaat tegelijkertijd over heden, toekomst en verleden. Ik voel het als een oproep om zó te leven en ervoor te gaan dat je daarin doet wat voor jou mogelijk is.’

 

Het kind en ik

Ik zou een dag uit vissen,

ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

 

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

 

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

 

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

 

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.



Martinus Nijhoff
Uit: Nieuwe Gedichten, 1934

Luister naar Mariannes poëzietip:

‘Waar het om gaat, is van binnenuit de beweging van de woorden en spreekklanken aan te leren voelen. Dan de kracht van een woord of een hele zin kunnen inschatten, zodat je kunt jongleren en toveren met woorden en regels en klanken en teksten.'

Fenneken Francken

Jur de Vos

Stijn van Lier

Bob Wijnen

Reyer Ploeg

Diana Todria

Gerard Blok

Huub Jansen

Magali Müller -

Peddinghaus

Heleen van Boeschoten

Marianne van Asperen

Mario Sarrechia

Contact

Opleiding Docent muziek

Hogeschool Leiden

Zernikedreef 11
2333 CK  Leiden

 (071) 518 88 00